De bewoners en oud-bewoners trokken door de buurt en er werd op menig vroeger woonadres aangebeld voor een praatje en het ophalen van vele mooie herinneringen. Zo ontstond er langzaam een indruk van hoe het hier vroeger geweest moest zijn, een dorp op zich met alle winkels die een mens in die tijd nodig had. Aan de ingang van de Maredijk (hoek Rijnsburgersingel) was de petroleum handel. Daarna stootte je op de snackbar, waarover de zoon van de snackbarhouder vertelde dat zijn vader de eieren de ene week bij de ene melkboer (van der Holst, Poelgeeststraat) en de andere week bij de andere melkboer (Van der Geest, hoek Pietheinstraat/Maredijk) bestelde, om zo met niemand ruzie te krijgen. De snackbar vervulde ook een rol in het verhaal van Sneeuwwitje, de dame met de enorme borsten, die in het Maredijkhofje woonde. Zij was altijd te vinden op de veemarkt, waar steevast een van de veehouders met haar meeging. Op weg naar haar huisje, maakte de boer een tussenstop bij de snackbar waar hij 7 eieren at om vervolgens ‘van bil te gaan’ met Sneeuwwitje.
Naast de twee melkboeren, was er ook een bakker, twee kruidenieren (Koppens, naast de speeltuin en Van Egmond, tegenover Sassen), een garen en bandwinkel (Guldemond, op de hoek Maredijk/Poelgeeststraat), een teerwinkel (ook een Van der Geest, familie van de Melkboer) en een fietsreparatiewinkel. Er was een tabakswinkel en een bijbelwinkel en helemaal aan het eind van de Maredijk was ook nog een wasserij (Nijssen). De slager zat in het pand waar later de snackbar zich vestigde op de Maredijk.